De Bond van Volkstuinders

De Bond van Volkstuinders is een vereniging van 29 volkstuinparken, waarvan er 24 in Amsterdam zijn gesitueerd, 3 in Ouderkerk a/d Amstel, 1 in Landsmeer en 1 in Almere.De totale oppervlakte bedraagt ruim 275 ha (2.753.000 m2) waarop ruim 6.000 leden tuinieren. Inmiddels hebben 3.000 personen zich als aspirant ingeschreven op onze wachtlijst. De Bond huurt alle gronden rechtstreeks van de lokale overheden en geeft deze door tussenkomst van de besturen van de volkstuinparken aan de leden in gebruik.De Bond van Volkstuinders is als rechtspersoon ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer 40532576. De volkstuinparken, afdelingen genoemd, hebben geen rechtsbevoegdheid.Bij het huren van een volkstuin wordt men automatisch lid van de Bond van Volkstuinders en de landelijke volkstuinorganisatie AVVN.

Structuur (zie ook Organogram Bond van Volkstuinders juni 2017        Pdf)
De Bond van Volkstuinders bestaat uit 29 afdelingen (tuinparken), waarvan de afgevaardig­den tenminste één maal per jaar bijeenkomen in de Bondsvergadering.De Bondsvergadering kiest de leden van het Bondsbestuur, de Financiële Commissie, de Centrale Kascommissie, de Geschillencommissie en de Commissie van Beroep.In de Bondsvergadering legt het Bondsbestuur verantwoording af over het gevoerde beleid in het voorgaande jaar en presenteert het zijn beleidsplannen voor het lopende jaar.
Een afdeling bestaat uit de leden van één tuinpark. Leden zijn zij, die met dat tuinpark overeenkomst hebben afgesloten voor het gebruik van een tuin en hun geregistreerde medetuinders.Voorafgaande aan de Bondsvergadering roepen de afdelingen hun leden bijeen voor de afdelingsvergadering.In de afdelingsvergadering legt het afdelingsbestuur verantwoording af voor het gevoerde beleid in het voorgaande jaar en legt het een financieel verslag over het voorgaande jaar en een begroting voor het lopende jaar ter goedkeuring aan de leden voor. De afdelingsvergadering kiest een afdelingsbestuur en afgevaardigden naar de Bondsvergadering, alsook leden voor de diverse afdelingscommissies, waaronder de kascommissie.In de afdelingsvergadering wordt de agenda van de Bondsvergadering besproken en kunnen de leden hun afgevaardigden naar de Bondsvergadering machtigen eventuele voorstellen van het Bondsbestuur goed- of af te keuren, dan wel te amenderen. De meeste afdelingen houden ín het najaar een extra afdelingsvergadering, waarin het afdelingsbestuur de begroting voor het volgende verenigingsjaar ter goedkeuring aan de leden aanbiedt.   Naast de door de Bondsvergadering samengestelde commissies benoemt het Bondsbestuur de leden voor de Bondsbouw- en Taxatiecommissie en de Bondstuincommissie. 

Belangenbehartiging
De Bond, opgericht op 18 augustus 1917,

  • behartigt de belangen van huurders van volkstuinen;
  • verwerft grond geschikt voor het stichten en verhuren van volkstuinen;
  • maakt propaganda voor het tuinieren op de volkstuin als ontspanning.

De Bond tracht dit doel te bereiken door het verkrijgen van medewerking en steun van overheden, het geven van voorlichting, het samenwerken met verenigingen die een overeenkomstig doel beogen en andere wettige middelen, die voor het bereiken van het doel bevorderlijk kunnen zijn.
Het bestuur van de Bond steekt veel tijd en energie in de belangenbehartiging van de leden. Dit komt met name tot uitdrukking als het gaat om verplaatsing en oprichting van nieuwe volkstuinparken en de eeuwigdurende strijd met de gemeente tegen de lastenverzwaring voor de volkstuin.
Volkstuinparken worden door hun aard en ligging vaak geconfronteerd met (noodgedwongen) verplaatsingen.
Dit komt onder meer omdat volkstuinen vroeger veelal werden gesitueerd op tijdelijke gronden waarvoor de gemeente nog geen andere bestemming had. Deze parken werden "niet-permanent" genoemd en als de gemeente deze gronden een andere bestemming wilde geven hadden de tuinders aanvankelijk bijzonder weinig rechten. Dankzij de voortdurende inspanningen van de Bond werd met de gemeente overeengekomen dat bij opheffing van deze parken altijd vervangende grond en een renteloze lening beschikbaar zouden worden gesteld.
De volkstuinparken die wel een permanente status hadden, waren veelal opgenomen in bestemmingsplannen en kregen bij een eventuele verplaatsing niet alleen een vervangende tuin, maar ook een vergoeding voor hun tuinhuisje.

In 1970 zijn alle volkstuinparken in Amsterdam permanent verklaard. Dit betekent dus niet dat zij nooit verplaatst zullen worden, maar wel dat vervangende grond geen gunst maar een recht is.

Toen voormalig wethouder Ruimtelijke Ordening, Duco Stadig op 5 oktober 2000 de discussienota "Kiezen voor stedelijkheid" als opmaat voor het nieuwe structuurplan voor Amsterdam presenteerde, bleek dat een  drietal volkstuinparken (Amstelglorie, Lissabon en Ons Buiten) zou worden herbestemd tot woningbouwlocaties.
Deze directe bedreiging voor een kleine 1000 volkstuinders was voor de Bond aanleiding om, samen met afgevaardigden van een aantal tuinparken, hiertegen stelling te nemen.
Mede door deze acties werd dit deel van het structuurplan door de gemeenteraad geschrapt.

Gedurende de bezwarenprocedure richtte de Bond zich tot het college van B&W met het verzoek een onderzoek te doen instellen naar de behoefteontwikkeling met betrekking tot volkstuinen en een integraal volkstuinenbeleid te ontwikkelen.
Dit leidde in 2004 tot de presentatie van een conceptnota "Volkstuinen in Amsterdam" door de voormalige wethouder Hester Maij, maar die nota werd begin 2006 door het college van B&W in een sterk afgezwakte versie aan de gemeenteraad aangeboden.
De discussie in de gemeenteraad maakte duidelijk, dat de Bond in de toekomst zich meer  tot de stadsdeelraden zal moeten richten, in welke contacten de tuinparken zelf een belangrijke rol kunnen gaan spelen.

Belangrijk voor de toekomst van de volkstuinen is het opnemen van alle tuinparken in de zogenoemde Hoofdgroenstructuur (HGS), waartoe bij de stadsdelen zal worden aangedrongen hiervoor de nodige voorwaarden te formuleren.
De Bond verzet zich tegen opheffing of verplaatsing van volkstuinparken en streeft ernaar deze bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen te integreren in eventuele nieuwbouwplannen.
De Bond is zich er terdege van bewust dat hiervoor offers van de leden/tuinders mogen worden verlangd, zoals het ontsluiten van de tuinparken voor derden.
Mocht aan verplaatsing van een tuinpark niet kunnen worden ontkomen, dan overlegt de Bond met de overheid over nieuwe locaties en compensatie voor de leden/tuinders.

Naast deze op de toekomst gerichte belangenbehartiging zet de Bond zich ook nadrukkelijk in voor het betaalbaar houden van de volkstuinen voor iedereen. Daarom:

  • werkt de Bond met een eigen taxatiesysteem bij beëindiging van het lidmaatschap en de verkoop van de opstallen aan nieuwe tuinders, waarvoor de prijs per m2-oppervlak door de bondsvergadering wordt vastgesteld;
  • heeft de Bond een collectieve polis afgesloten voor de verzekering van de tuinhuisjes en verenigingsgebouwen;
  • onderhandelt de Bond met de overheden over de grondhuurprijzen;
  • onderhandelt de Bond met de belastingdienst over een voor de leden/tuinders zo gunstige mogelijke OZB.
  • verzorgt de Bond voor die tuinparken, die daartoe zelf niet in staat zijn, tegen sterk gereduceerd tarief, de financiële administratie,
  • verzorgt de Bond voor een aantal tuinparken parkeerfaciliteiten opdat de tuinders tegen een lager tarief dan het metertarief kunnen parkeren,
  • huurt, indien noodzakelijk,  juridische bijstand in, 
  • enz.enz.enz.enz.enz.enz.enz.